Fokreglement van de Schipperkes Club Nederland
en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland

Dit reglement bevat de bepalingen van het fokreglement
verbonden aan de inschrijving van honden van het ras "Schipperke"
in de Nederlandse Hondenstamboekhouding (NHSB)
Model 15 maart 2001

 

Zie ook Concept Fokreglement maart 2008 tbv ALV

INHOUDSOPGAVE

1      Doelstelling 1

2      Reikwijdte en begrenzing 2

3      Definities 2

4      Algemeen 3

5      Fokkerij 5

6      Gezondheid 5

7      Gedrag 6

8      Exterieur 6

9      Koopovereenkomst 6

10     Sanctiebepalingen 7

11     Slotbepalingen 8

12     Overgangsbepalingen 8

 

 

 

 1             Doelstelling

Dit fokreglement is gericht op:

·       Het instandhouden van het Schipperke;

·       Het bewaken en bevorderen van de gezondheid van het Schipperke;

·       Het karakter en het welzijn van het Schipperke;

·       Alsmede van de rastypische eigenschappen van het Schipperke.

 

Terug naar inhoud

 2             Reikwijdte en begrenzing

2.1            Dit fokreglement stelt de voorwaarden vast voor de registratie van in Nederland gefokte honden in de Nederlandse Hondenstamboekhouding en voor de toekenning van de daarbij horende Stamboomcertificaten dan wel Afstammingsbewijzen.

2.2            Honden die gefokt zijn met inachtneming van de bepalingen opgenomen in dit reglement worden geregistreerd in het Nederlandse Hondenstamboek, dan wel in de bijbehorende bij­lagen of Voorlopige Registers. Er wordt voor deze honden een Stamboomcertificaat toege­kend.

2.3            Honden die gefokt zijn met inachtneming van tenminste de bepalingen opgenomen in de paragrafen 4 en 5 van dit reglement, met uitzondering van het gestelde in de artikelen 4.2.a en 4.7.a, worden, behoudens het gestelde onder 2.5, geregistreerd in de Nederlandse Af­stammingsregister, dan wel in de bijbehorende Bijlagen of Voorlopige Registers. Er wordt voor deze honden een Afstammingsbewijs toegekend.

2.4            Honden die niet gefokt zijn met inachtneming van tenminste de bepalingen opgenomen in de artikelen 4.3, 4.4 en 4.5 en in paragraaf 5 van dit reglement, worden van registratie in de Nederlandse Hondenstamboekhouding uitgesloten.

2.5            Nakomelingen van ouders met fok-uitsluitende kenmerken of van ouders waarmee de fok-uitsluitende bepalingen worden overtreden zoals genoemd in bijlage 1  en zoals bedoeld in het "Reglement betreffende het Tuchtcollege voor de Kynologie", worden eveneens uitge­sloten van registratie in de Nederlandse Hondenstamboekhouding.

 

Terug naar inhoud

 3             Definities

3.1            De Raad: de vereniging "Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland", statutair gevestigd en kantoor houdend te Amsterdam aan de Emmalaan 16 - 18.

3.2            Het NHSB: de Nederlandse Hondenstamboekhouding zijnde het Nederlands Hondenstam­boek en het Afstammingsregister met inbegrip van de bijbehorende Bijlagen en Voorlopige Registers. Het is de door de Raad bijgehouden Nederlandse stamboekhouding van rashon­den op basis waarvan door de Raad bescheiden kunnen worden afgegeven die strekken tot bewijs van de afstamming en de raszuiverheid van in deze stamboekhouding ingeschreven honden.

3.3            De F.C.I.: de Federation Cynologique Internationale, de overkoepelende internationale or­ganisatie op kynologisch gebied, waarvan de Raad deel uitmaakt.

3.4            De Rasvereniging: de bij de Raad aangesloten vereniging de "Schipperkes Club van Neder­land" (SCN) statutair gevestigd te Den Haag.

3.5            De fokker: de eigenaar van de in het NHSB opgenomen teef waarmee gefokt wordt c.q. zal gaan worden.

3.6            De dekreu-eigenaar: de eigenaar van de in het NHSB dan wel in een door de F.C.I. erkende buitenlandse stamboekhouding ingeschreven reu die de teef gedekt heeft c.q. zal gaan dekken.

3.7            Fokuitsluitende ziekten, afwijkingen of handelingen: in bijlage 1. genoemde of aangeduide ziekten, afwijkingen of handelingen op grond waarvan de nakomelingen van de betreffende hond het recht op zowel een Stamboomcertificaat als een Afstammingsbewijs wordt ont­zegd.

 

Terug naar inhoud

 

 4             Algemeen

4.1            Het fokreglement is vastgesteld door de Rasvereniging en de Raad en is daarom een re­glement van de Raad waarop de overige reglementen van de Raad van toepassing zijn. Op de inschrijving in het NHSB zijn daarenboven de Algemene Voorwaarden van levering van de Raad van toepassing.

4.2            De fokker

4.2.a     De fokker, die in aanmerking wil komen voor een Stamboomcertificaat voor zijn fokproduc­ten dient zich schriftelijk akkoord te verklaren met, en te handelen naar, de bepalingen die zijn vastgesteld in dit reglement.

4.2.b     De fokker, die in aanmerking wil komen voor een Afstammingsbewijs voor zijn fokproducten dient zich schriftelijk akkoord te verklaren met en te handelen naar de bepalingen die zijn vastgesteld in de paragrafen 4 en 5 van dit reglement, met uitzondering van het gestelde in de artikelen 4.2.a en 4.7.a.

4.3            Beide ouderdieren moeten tot hetzelfde ras behoren en dienen te zijn ingeschreven in het Nederlandse Hondenstamboek, in het Afstammingsregister of in de bijbehorende Bijlagen of Voorlopige Registers. In het geval dat de vaderhond van een in het buitenland woonach­tige eigenaar is, moet die in een door de FCI erkende buitenlandse stamboekhouding zijn ingeschreven.

4.4            De fokker en de omstandigheden waaronder wordt gefokt moeten minimaal voldoen aan de criteria opgenomen in bijlage 2.

4.5            De fokker en de dekreu-eigenaar dienen, gevraagd en ongevraagd, de bij hen beschikbare en bekende gegevens te verstrekken die van belang zijn voor de fokkerij. Zij dienen zich schriftelijk akkoord te verklaren met registratie van deze gegevens en verstrekking daarvan vanuit deze registratie aan belanghebbende derden.

4.6            Als op basis van de gezondheid of het gedrag van nakomelingen moet worden veronder­steld dat het ouderdier een ziekte of afwijking heeft of vererft, kan dit ouderdier van de fok­kerij worden uitgesloten. Indien het daarbij gaat om een "fokuitsluitende" ziekte of afwijking, zoals bedoeld in bijlage 1, kunnen de eigenaren van de ouderdieren worden verplicht hun honden op die ziekte of afwijking te laten onderzoeken. Voor de betreffende ouderdieren geldt een fokverbod totdat door de Raad in overleg met de Rasvereniging is vastgesteld, dat de uitkomst niet tot definitieve uitsluiting leidt.

4.7            Aanvraag van Stamboomcertificaten

4.7.a     Bij de aanvraag van Stamboomcertificaten dienen bewijzen van het bepaalde genoemd in de artikelen 4.3 en 4.5 en van de vereisten genoemd in de paragrafen 5, 6, 7 en 8 te zijn bijgevoegd.

4.7.b     Bij de aanvraag van Afstammingsbewijzen dienen bewijzen voor het bepaalde in de artike­len 4.3 en 4.5 en van de vereisten genoemd in paragraaf 5 te zijn bijgevoegd.

4.8            De verantwoordelijkheid voor het fokken en afleveren van pups ligt uitsluitend en alleen bij de fokker. De Rasvereniging alsmede de Raad aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid ten aanzien van eventuele gebreken bij de pup, betrokken van een fokker. Ook als deze zich houdt aan het bepaalde in dit fokreglement.

Terug naar inhoud

 

 5             Fokkerij

5.1            De teef mag ten tijde van de dekking, niet jonger zijn dan 18 maanden (1,5 jaar). De teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop zij 96 maanden (8 jaar) oud wordt. Daarbij mag de teef bij de geboorte van het eerste nest niet ouder zijn dan 48 maanden (4 jaar). De minimale leeftijd van de reu, ten tijde van de dekking, dient tenminste 18 maanden (1,5 jaar) te bedragen.

5.2            Een teef mag slechts één nest per 12 maanden voortbrengen met dien verstande, dat de periode tussen de laatste werpdatum en de daaropvolgende dekking tenminste 10 maan­den moet bedragen.

5.3            Een teef mag gedurende haar leven maximaal 5 nesten krijgen.

5.4            De geboorte dient een natuurlijk verloop te hebben. Indien de geboorte van het nest voor de tweede maal operatief, door middel van een keizersnede (sectio caesarea), heeft plaatsge­vonden mag de teef niet verder meer voor de fokkerij worden gebruikt.

5.5            Een reu mag gedurende zijn leven maximaal 5 nesten voortbrengen.

5.6            De dekking dient een natuurlijk verloop te hebben. Kunstmatige inseminatie is slechts toe­gestaan na verkregen toestemming op basis van een gemotiveerd verzoek. Dit verzoek dient minimaal één maand vóór de voorgenomen dekking bij het bureau van de Raad te worden ingediend.

5.7            Beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als ouder-kind of als (half)broer-(half)zuster.

5.8            De combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) is slechts 2 maal toe­gestaan.

 

Terug naar inhoud

 6             Gezondheid

6.1            Beide ouderdieren dienen over een goede gezondheid te beschikken, zowel lichamelijk als mentaal. Met honden die lijden aan erfelijke afwijkingen mag niet worden gefokt.

6.2            De fokker zal zorgdragen voor een deugdelijke ontworming en inenting van de pups, vol­gens gangbare veterinaire inzichten, en voor een volledig door de dierenarts ingevuld vac­cinatieboekje. De pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van tenmin­ste zeven weken.
Voor nesten, waarin pups voorkomen die staartloos worden geboren ("natura) bobtails"), dient binnen 72 uur na de geboorte een verklaring door een dierenarts te worden afgegeven waarin het aantal staartloos geboren pups staat vermeld.

6.3            Gezondheidsonderzoek: Indien van toepassing zal de fokker de pups onderwerpen aan voor dat ras relevante ge­zondheids- en/of gedragsonderzoeken en de toekomstige koper van de uitslag van dat on­derzoek mededeling doen.

 

Terug naar inhoud

 

 7             Gedrag

7.1            Beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen en het gedrag zoals in de ras­standaard is aangegeven of zoals voor het desbetreffende ras is te verwachten. Met ner­veuze, bange of agressieve honden mag niet worden gefokt.

 8             Exterieur

8.1            Beide ouderdieren dienen in het algemeen, behoudens enkele onvolkomenheden die het ideale rasbeeld verstoren, aan de voor het betreffende ras geldende rasstandaard te vol­doen.    (Bij door de rasvereniging onderkende wenselijkheid of noodzaak) Zij dienen op een door de Raad en/of FCI gereglementeerde expositie minimaal de kwalificatie YY te hebben be­haald.

 

Terug naar inhoud

 9             Koopovereenkomst

9.1            De verkoop van de pups zal schriftelijk worden vastgelegd door middel van een door de Raad vastgestelde koopovereenkomst of door middel van een door de Raad erkende koop­overeenkomst van de Rasvereniging. Op basis van deze koopovereenkomst hebben de fokker en de pupkoper het recht om zich bij eventuele geschillen, over de naleving en/of de uitleg daarvan, te wenden tot de Geschillencommissie.

9.2            Indien de verkoop van de pups niet schriftelijk wordt vastgelegd of indien deze wordt vast­gelegd in een niet door de Raad vastgestelde of erkende koopovereenkomst, verspeelt de verkoper het recht zich bij eventuele geschillen te wenden tot de Geschillencommissie. De koper van een hond met een Stamboomcertificaat of een Afstammingsbewijs kan zich ten allen tijde tot de Geschillencommissie wenden.

 

Terug naar inhoud

 

 10      Sanctiebepalingen

10.1       Het is verboden bij aanvraag-, aanmeldings-, inschrijvingsprocedures en alle overige rege­lingen, die in dit reglement zijn opgenomen, onjuiste gegevens te verstrekken of om gege­vens te verzwijgen.

10.2       Hij die het gestelde in het voorgaande artikel of enig ander artikel van dit reglement over­treedt kan, conform het "Reglement betreffende het Tuchtcollege voor de Kynologie", ge­straft worden met een of meer der volgende straffen:

·        Berisping;

·        Geldboete zoals bepaald in het geldende "Tarievenbesluit" van de Raad;

·        Tijdelijke of blijvende diskwalificatie van zijn persoon;

·        Tijdelijke of blijvende diskwalificatie van een of meer van de honden waarvan hij eigenaar is;

·        Ontneming van het recht tot het voeren van een kennelnaam;

·        Tijdelijke of blijvende ontneming van de bevoegdheid om als keurmeester op te treden;

·        Tijdelijke of blijvende ontneming van de bevoegdheid om als official op te treden.

 

Terug naar inhoud

 11      Slotbepalingen

11.1       In bijzondere gevallen kan de Raad, in overleg met het bestuur van de Rasvereniging, af­wijken van dit reglement, indien strikte toepassing van dit reglement leidt tot een onredelijk en onbillijk resultaat, mits daarmee belangen van het ras worden gediend en geen oneven­redige schade aan belangen van derden wordt toegebracht.

11.2       In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de Raad, in overleg met het be­stuur van de Rasvereniging.

11.3       Tegen beslissingen van de Raad staat bezwaar en beroep open conform het "Reglement betreffende de Geschillencommissie voor de Kynologie".

11.4       Indien voorzien kan worden dat zich meer vergelijkbare gevallen zullen voordoen, draagt de Raad in overleg met het bestuur van de Rasvereniging zorg voor aanvulling van het regle­ment.

11.5       Zowel door de Raad als door de Rasvereniging kunnen ten aanzien van dit reglement wijzi­gingen worden voorgesteld. De aanpassingen behoeven in alle gevallen goedkeuring van de Rasvereniging en de Raad.

 12      Overgangsbepalingen

12.1       Dit reglement treedt in werking na publicatie in het clubblad van de goedkeuring door de Al­gemene Ledenvergadering van de Rasvereniging en door de Raad.

Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de Rasvereniging op Namens deze,

 

Terug naar inhoud


 

Bijlage 1:    Gronden voor uitsluiting

Gronden voor uitsluiting van de fokkerij zoals bedoeld in artikel 2.5 van het "Fokreglement van de Rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland"

A.        Fokverbod op verzoek van de fokker

Honden waarvoor door de Raad is beslist tot uitsluiting van de fokkerij, op basis van een gemotiveerd verzoek van de fokker bij de aanvraag tot inschrijving in de Nederlandse Hon­denstamboekhouding. De betreffende hond komt in dat geval in aanmerking voor een Stamboomcertificaat c.q. een Afstammingsbewijs waarop door de Raad de aanduiding "fokverbod" is aangeven.

B.       Fokuitsluitende kenmerken en bepalingen

1.      Kreupele honden,

2.      Beiderzijds dove honden,

3.      Beiderzijds blinde honden,

4.      Honden met extreme angst en/of agressief bijtgedrag,

5.      Honden gehouden onder omstandigheden, waarbij de fokker niet voldoet aan de in Bijlage 2. bedoelde criteria.

6.      Honden waarvan één of beide ouders die niet voldoen aan de criteria en bepalingen zoals die voor het betreffende ras zijn vastgelegd in paragraaf 5 van het "Fokreglement van de rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland",

7.      Honden waarvan één of beide ouders lijden aan een ziekte of afwijking zoals die voor het betreffende ras in paragraaf 6 van het "Fokreglement van de rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland" is aangegeven en/of hierbij niet voldoen aan de voor die ziekte of afwijking gestelde criteria voor deelname aan de fokkerij.

 

Onder 1. wordt verstaan:

·        Honden waarbij door een dierenarts, specialist Chirurgie der Gezelschapsdieren, inge­schreven in het Nederlands Veterinair Specialisten Register, met zekerheid, aan de hand van een geïdentificeerde röntgenfoto, is vastgesteld dat de afwijking Heupdysplasie dan wel Elleboogdysplasie dan wel Legg Perthes aan de kreupelheid ten grondslag ligt.

·        Honden die een door een dierenarts, specialist Chirurgie der Gezelschapsdieren, inge­schreven in het Nederlands Veterinair Specialisten Register, uitgevoerde operatieve ingreep hebben ondergaan, waarvan met zekerheid, aan de hand van een geïdentificeerde röntgen­foto, vast is komen te staan dat aan de afwijking Heupdysplasie dan wel Elleboogdysplasie dan wel Legg Perthes ten grondslag heeft gelegen.

·        Honden met een röntgenologisch beeld van "Heupdysplasie optima forma", vastgesteld door een FCI-erkende beoordelingsinstantie.

·        Honden met een röntgenologisch beeld van "Elleboogdysplasie graad llV, vastgesteld door een FCI-erkende beoordelingsinstantie.

 

Onder 2. wordt verstaan:

·        Beiderzijds dove honden, vast te stellen m.b.v. een BAER-test.

 

Onder 3. wordt verstaan:

·        Aan beide ogen blinde honden, onafhankelijk van de oorzaak, vastge­steld door een dierenarts, lid van het landelijke oogonderzoekspanel.

 

Onder 4. wordt verstaan:

·        Honden met een extreem angst- en/of bijtgedrag, vast te stellen met een door de Raad erkende gedragstest op angst en/of agressief bijtgedrag

 

Terug naar inhoud

 

Bijlage 2:    Minimale criteria

Minimale criteria voor de omstandigheden waaronder wordt gefokt zoals bedoeld in artikel 4.4 van het "Fokreglement van de Rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland".

 

Een fokker voldoet niet aan de in artikel 4.4. van de het "Fokreglement van de rasvereniging en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland" bedoelde criteria indien één of meer van de navolgende situaties door of namens de Raad worden vastgesteld:

 

  1. de conditie van de aanwezige honden is slecht;
  2. niet alle aanwezige honden zijn in het bezit van een erkende stamboom;
  3. er zijn onvoldoende mogelijkheden aanwezig om loopse teven te scheiden van de reuen;
  4. de nestomgeving voldoet niet aan de minimale criteria dan wel er wordt een zodanige nestomgeving aangegeven, dat hieraan niet kan en zal worden voldaan;
  5. er zijn onvoldoende maatregelen genomen om zorg te dragen voor een goede socialisatie van de pups;
  6. de moederhond heeft onvoldoende ruimte om zich in de kraamkamer te verplaatsen, haar behoefte buiten het nest te doen en heeft geen mogelijkheid tot een ligplaats buiten bereik van de pups.

 

Terug naar inhoud

 

Schipperkes Club Nederland

info@schipperkesclub.nl

 

 

 
Het Schipperke is de kleinste herdershond!
 
  Site Map